woensdag 30 januari 2013

Houten bollen draaien.

Om een perfect ronde houten bol te draaien uit de vrije hand is niet simpel, het kost heel wat tijd en meetwerk om dat voor mekaar te krijgen. Gelukkig bestaat er zoiets als een boldraaitoestel, een beitelsupport die roteert rond een instelbaar centerpunt. Nadeel van dit dinges, het kost wel wat, teveel voor occasioneel gebruik eigenlijk. Daarom maar eens gebrainstormd om zoiets zelf (veel goedkoper) te vervaardigen. Nu, dat is dus gelukt, na wat schetswerk, wat rommelen tussen de restjes en een beetje zaag- en laswerk is er een werkend toestel te voorschijn gekomen.

Het hart van het toestel is een afgekeurd glijlager van de trapdraaibank, perfect geschikt voor deze taak. In combinatie met een nieuw gedraaide stalen pen is dit een quasi spelingvrij scharnierpunt geworden dat met weinig of geen wrijving roteert.
De rest is opgebouwd uit stalen meubelprofiel van twee verschillende afmetingen die mooi in elkaar passen. Het meubelprofiel is 45° gekanteld verwerkt om zo een stabielere constructie te krijgen.
Als beitel fungeert een stuk toolbit in HSS met flink wat Cobalt er in (18%) dit geeft een lange standtijd en een mooi snijresultaat.
Als voorbeeld even een bol gedraaid uit een droog stuk Appel met flink wat knoesten erin, diameter van de bol is 150mm.

Bijgaand wat plaatjes van de laatste aanwinst.


Het kant en klare scharnierpunt.

Klemsysteem voor het scharnierpunt.

De stalen pen met support op zijn plaats.

Meubelbuis op 45°.

Klaar voor actie.

Boldraaien, de start.

Dat is al mooi rond.

Geschuurd.

Tappen wegdraaien.

Klaar.

zaterdag 29 december 2012

Een bijzettafeltje met gebogen poten.

Omdat het niet altijd recht moet zijn, verleden week eens een tafeltje gemaakt met drie gebogen poten.
Vervaardigd uit resten Eik en inlands Noten. Afmetingen van het tafeltje, 630mm hoog en de diameter van het blad 510mm.
De poten zijn in het midden onderling verbonden door een gedraaide ring uit Noten, bovenaan door een gedraaide schijf uit Eik. Deze laatste is ook de basis om het blad op te bevestigen.
Na het uittekenen op ware grootte de vorm van de poot uitgesneden om te dienen als mal, zo had ik ineens de juiste vorm in handen:-)
De gehele werkmethode laat zich zo aflezen op bijgaande foto's, daar hoef ik dus geen tekst meer aan vuil te maken.

Mal uitsnijden.

Poten kalibreren.

Alle hoeken en inkepingen aanbrengen.

Onderstel klaar.

Tafelblad rondfrezen.

Volledig gemonteerd.

Voorzien van een passend kleurtje.









woensdag 5 december 2012


Het MAS bezit een schaalmodel (op 1/4) van de staatsiesloep die in 1810 aan Napoleon ten geschenke gegeven werd ter ere van zijn bezoek aan Antwerpen. Het origineel bevind zich in het Musée de la Marine in Parijs. Bouwer en schenker van deze sloep was de scheepswerf Fa. Donche-Beuckelaers uit Antwerpen.

Begin Maart opent een tijdelijke tentoonstelling in het MAS over Napoleon in Antwerpen, dit model mag dus niet ontbreken in de opstelling. Maar, het model was in 1932 voorzien van een bootstoel met twee ondersteuningen die in de loop der jaren heel wat tekortkomingen begon te vertonen. Oorspronkelijk waren er vier losse steunen gebruikt, maar die werden toen (1932) om een onbekende reden vervangen door de huidige tekortschietende sokkel.

Er werd mij gevraagd om een nieuwe ondersteuning te ontwerpen en te bouwen om het model optimaal te ondersteunen op een visueel aantrekkelijke manier. Voor het ontwerp heb ik mij gebaseerd op de originele ondersteuning die gelukkig nog terug te vinden was op een schilderij. Op de romp heb ik de sporen terug gevonden van deze ondersteuning, de positie van de nieuwe steunen was dus snel gevonden;)
Door de frêle bouw van het model, de extreme lengte van 4,80m, en de onevenwichtige bovenbouw was een ondersteuning van de kiel noodzakelijk geworden.
Deze laatste eis in combinatie met de oorspronkelijke ondersteuning hebben uiteindelijk tot het definitief ontwerp van de nieuwe bootstoel geleid.

De volgende klus was dan een negatief nemen van de rompvorm op vier verschillende plaatsen, en van deze negatieven positieve mallen vervaardigen. Deze laatste heb ik gebruikt om zowel de werktekeningen als de freesmallen te vervaardigen, ook tijdens de definitieve assemblage bewezen ze hun dienst om de onderdelen exact te kunnen positioneren tijdens het lijmen.

De steunlat voor de kiel is op drie plaatsen doorboord, niet (alleen) voor de versiering, maar om deze lat dood te boren, dwz. door deze boringen verliest het hout een heleboel spanning, rond of hol trekken is nu quasi uitgesloten. Vervormen van deze lat is uit den boze, bij een eventuele vervorming zou dit immers ook invloed hebben op het scheepsmodel.

De vier steunen zijn samengebouwd met de "Domino" van Festool, inclusief de steekschoren, die heb ik namelijk dezelfde sectie gegeven als een domino van 10mm;) Even een gat boren en klaar was kees.
Alle gebogen onderdelen zijn gecalibreerd op een Felder freesmachine met een rechte bovenfrees met lager in de as. De mallen heb ik met dubbelzijdige tape op de werkstukken gekleefd, zo waren er nadien geen schroefgaten in de stukken. Alle randen zijn opgerond met een kwart ronde frees van 6mm. als afwerking werd er eerst een laag beits op het hout gezet ( gaat het vergelen tegen) daarna twee lagen "Woca" Masterolie erop. Alle draagvlakken werden bekleed met zuurvrij foam van 5mm, speciaal ontwikkeld voor gebruik in musea.

Bijgaand wat foto's van de klus, van het samenbouwen van de steunen zijn er geen foto's, platte batterij, en door de tijdsdruk was geen tijd om te wachten tot deze terug opgeladen was.


Ps; het MAS is Museum Aan de Stroom in Antwerpen.








Het origineel.

Negatieve mal.
Van negatief naar positief.
Werktekening.
Freesmallen.





















In vorm gefreesd.





















Mal voor koppen kiellat.
















Detail montage.
















Klaar voor de afwerking.
















Kant en klaar.















Geplaatst.


















vrijdag 16 november 2012

En dan het moment supreme, de eerste test. Krijgen we een touw ineengedraaid?

Met wat goedkoop garen, bedoeld voor gebruik in de tuin, een eerste opstelling gemaakt.
Van de haken op de draaipaal naar de ene haak op de slede en dat drie maal per haak. Voor het eerste touw gebruik ik drie haken, dat word dus een drie strengs, of drie kardeels touw dat rechts word geslagen en bestaat uit in totaal negen garens.

De eerste stap is de garens tot kardelen te draaien, de haak op de slede word vastgezet, en dan maar draaien langs de kant van de draaipaal tot de garens mooie strakke kardelen geworden zijn.

Als volgende stap word dan de klos tussen de kardelen geplaatst, op een dusdanige manier dat in in elke groef een kardeel komt te liggen. De haak op de slede word vrij gezet en nu gaan we hier draaien, de klos laat nu de drie kardelen mooi in elkaar draaien. Het eindresultaat is een strak geslagen touw.

Of het touw strak dan wel los word geslagen kunnen we deels regelen door een gewicht te plaatsen op de slede, hoe zwaarder dat gewicht hoe strakker het touw word. Ook de voortgang van de klos bepaald voor een stuk mee strakheid van het touw, hoe trager de vooruitgang hoe strakker het touw gewonden word.

Al wat nu nog rest is de einden van het touw afbinden en dan de uiteinden lossnijden. Het eerste touw op de nieuwe lijnbaan is nu een feit.

Bijgaand  de nodige foto's van het hele proces en het eindresultaat van al dat gezwoeg.


De garens klaar om te draaien.

Het resultaat zijn drie kardelen.


De klos tussen de kardelen geplaatst,
de kardelen draaien mooi in elkaar.

Het eindresultaat, een touw.








Deze week de rest van de lijnbaan afgewerkt, alles een kleurtje gegeven en daarna een paar lagen lijnolie erop om de hele constructie  te beschermen.

Als laatste noodzakelijk onderdeel moest er ook nog een klos gemaakt worden, nodig om de verschillende kardelen tot één touw te kunnen draaien. Bij het touwslaan ( 3, 4, of 5 strengs) heeft men ook nood aan een gepaste klos. Naargelang het aantal strengen moeten er ook een gelijk aantal groeven in de klos zijn gemaakt. Ook de doorsnede van deze groeven kan variëren, dat hangt dan weer af van de diameter van de kardelen.

Het moge duidelijk zijn, om vlot te kunnen werken met een lijnbaan zijn er altijd diverse klossen nodig om de klus te klaren.  Maar voorlopig beginnen we al met één exemplaar geschikt voor het slaan van 3 strengs touw met een buitendiameter van 12mm.

Ik heb de klos vervaardigd uit een stukje Taxus en met een handvat uit Noten. Het handvat, nodig om vlot met de klos te kunnen werken vind je meestal in twee verschillende uitvoeringen. De eerste uitvoering is die waarbij het handvat door de klos loopt, zo krijg je aan beide zijden een handvat. Ideaal voor het slaan van zwaar touw.
Voor lichter touw kan dan weer volstaan met een handvat aan één zijde van de klos. De ervaring gaat leren tot hoe zwaar we touw kunnen slaan met een klos voorzien van één handvat.

Omdat bij het slaan van touw de kardelen wrijven in de groeven van de klos was het noodzakelijk dat dit gebeurt met zo min mogelijk weerstand. Taxus is een houtsoort die wat zelfsmerend is:-) Dat scheelt al een slok op een borrel, hoe meer wrijving hoe gladder de houtsoort word.

Alles is dus nu gereed op effectief ook touw te slaan.

De laatste foto's van bouw hieronder.

Draaipaal en slede klaar voor de strijd.

Groeven steken in de klos.

Klaar voor gebruik.

Met een laagje lijnolie.





vrijdag 9 november 2012


Het tweede essentiële onderdeel zit ondertussen ook in elkaar, de draaipaal dus. De hele constructie dient enkel om de eerder gemaakte module met de draaihaken in op te sluiten.
Ook hier weer de nodige wiggen om alle verbindingen op te sluiten. Sommige verbindingen kan ik niet opsluiten met een wig, hier heb ik terug gegrepen naar een soortement stalen "toognagel" Deze zijn ook makkelijk te verwijderen bij demontage van de constructie. Veel krachten komen er niet op, ze moeten enkel de schoren en de stijlen spelingsvrij opsluiten.
Doordat er in de constructie zoveel wiggen zitten konden de steekbanden komen te vervallen:D De hele constructie kan dermate stijf gezet worden met de wiggen dat bijkomende steekbanden gewoon overkill zouden zijn. Weeral wat werk gespaard dus.

Over schoren gesproken, bij dit onderdeel zijn die in Noten uitgevoerd, de rest van de constructie is in eik, op uitzondering van de wiggen, die zijn uit een stukje robinia gezaagd.
Daar de houten handvaten voor de zwengels gedraaid zijn uit een stukje Iep, brengt dat de totale score op zes verschillende houtsoorten. Gaat er nadien met het ding geen touw geslagen worden dan word het maar een houtvademecum:p

Na de nodige pen en gat verbindingen aangebracht te hebben, de hele constructie eens samengebouwd, inclusief module, om te zien of alles past. Dat is het geval, alles kan nu opgezuiverd en gebeitst worden, zo kan volgende week ook dit onderdeel definitief gemonteerd worden.

Omdat ik gisteren de onderdelen van de slede nog gebeitst had konden die vandaag opnieuw gemonteerd en afgewerkt worden met lijnolie. Dit onderdeel staat nu klaar voor de start.




Klaar voor aktie.

De tandwieloverbrenging in beeld.

Verbindingen met wiggen.

Alles past.

Langs een andere zijde bekeken.

Een stalen "toognagel" 

donderdag 8 november 2012


Vandaag de slede, oftewel het staartstuk, samen gebouwd. Dat is dus één onderdeel dat volledig klaar is. Het spul is ondertussen terug gedemonteerd en alles is gebeitst, morgen volgt dan de definitieve montage.

Analoog aan de eerder gebouwde trapdraaibank zit alles met wiggen in elkaar, dat staat garant voor snelle opbouwtijden. Zelfs de schoor word op spanning gezet met een wig. Eens alle wiggen aangetikt staat alles snaarstrak, er zit dan in heel de constructie niet de minste beweging meer.

In de slede zitten ook de laatste twee tandwielen om de ene draaihaak aan te drijven tijdens het draaien van het touw. De 3, 4, of 5 getorste strengen of kardelen worden hiermee tot één touw ineen gedraaid. 
De slede is lang genoeg gemaakt om het lage uiteinde te kunnen balasten tijdens het touwslaan, deze balast is nodig om de slag te regelen die de kardelen maken ten opzichte van elkaar tijdens het touwslaan. Het achtereind is daarom voorzien van een sloef met afgeronde hoeken zodat tijdens het draaien de slede kan opschuiven richting draaipaal.

De gaten waar de pennen invallen zijn onder een hoek geboord, omdat het opstaande deel mooi waterpas staat op de hellende basis zijn schuine gaten het resultaat. Maar geen nood, dat doet niks af aan de sterkte.

Verder nog wat metaalbewerking uitgevoerd om de laatste tandwielen te omvatten met een stalen lat van 50x5mm, in deze lat draaien de twee assen van de tandwielen. De stalen strip levert een compactere bouw op, met hout (wat ik eerst van plan was) zou dit heel wat logger geworden zijn. Maar na het bestuderen van de lijnbanen in het museum heb ik maar voor staal geopteerd, dat is tenslotte wetenschappelijk verantwoord.

Morgen komt de rest van de draaipaal aan de beurt, de module met de draaihaken staat al te wachten om ingebouwd te worden. Wat dan nog rest is afwerking, nog wat kleine spullen zoals de handvaten op de zwengels en de klos, nodig om de kardelen tot touw te draaien.




De basis van de slede.

Tandwielen monteren.

Dat werkt!

Wiggen, nog altijd de beste borging voor een verbinding.

De slede op het beitsen na klaar.